De verdwijning


                                     Bij Picnic at Hanging Rock van Peter Weir


De rots, ze heeft een miljoen jaar op ons gewacht.

Mijn horloge is stil blijven staan op twaalf uur.
Het heeft nog nooit eerder stil gestaan.

(Miranda wuift)

Nu weet ik het.

Wat weet je?

Miranda is een van Botticelli’s engelen.

-

Wat zijn die mensen daar beneden in hemelsnaam aan het doen?
Ze lijken doelloos.
Al is het mogelijk dat ze een rol vervullen die hen zelf onbekend is.

Alles begint en eindigt op exact het goede moment, en op de juiste plaats.

Kijk.

Hoogtes en afstanden.

Je kunt beter gaan.

Niemand weet wat er gebeurd is. Niemand.

-

Vertel me wat meer, zodat ik mee kan denken. Geef me details.

Er zijn geen details.

Mensen verdwijnen niet zomaar. Niet zonder goede reden.

Sommige vragen hebben antwoorden. Andere niet.

Ik herinner me niets. Niéts….

Sommige mensen weten dingen die anderen niet weten.
Ze wist dat ze niet weer zou keren.

De rots, ze heeft een miljoen jaar op hen gewacht.

De wonderen


                                                               Bij La meraviglie van Alice Rohrwacher


Daar staat een huis. Dat heeft er altijd al gestaan.
Hebben ze geschoten? Neen, kom dan maar.
Trek de angels uit mijn rug, en draai weg van de trots.

Wat doe ik hier? Het was geheim, maar nu mag ik het
onthullen. Onze grote terugkeer. Uit het land der wonderen.

-

U bent heel mooi. Uw haar lijkt wel schuim van de zee.

Hier, drink. Dat is goed voor je.

Niet bang zijn dat ik je bedot.

-

(Zang) Liefde schiet met een demper op je hart, en boem je valt.
Ik zweer eeuwige trouw want anders ga ik naar de hel.
Maar als de winter invalt staat deze liefde al in brand.
Ik roep het duizend keer per avond,
wanhopig als een gebed.

Rustig. Ze merken het wanneer je nerveus bent.

Weet je wat ik heb bedacht?
We zouden een geheim moeten verbergen in het huis.
Onder de vloer misschien.
En dat geheim vinden ze dan jaren later terug.


Huiswaarts

                                             Bij Twin Peaks – The Return van David Lynch


Luister naar de geluiden. Het kan nu niet meer
allemaal hardop gezegd worden. Iemand is hier.
Ik heb het gevoel dat ik  mezelf ken, maar soms
buigen mijn armen zomaar naar achteren.

Is dit de toekomst, of het verleden?

-

Dit is het water. En dit is de put. Drink goed
En daal af. Het paard is het oogwit en donker  
vanbinnen. Dit is het water. En dit is de put.
Drink goed en daal af. Het paard is het oogwit

en donker vanbinnen. Dit is het water. En

-

Er zullen een paar dingen veranderen, want
vroeger en later weet je. Herinner je je alles nog?
Ja. We leven in een droom. ‘Vergezel mij!’
roept iemand, maar misschien is er niemand.

Waar gaan we naartoe? We gaan naar huis.



                        Verschenen op Versindaba, Stellenbosch, februari 2018

Vers en ver

                  Bij Le tout nouveau testament van Jaco Van Dormael

Een porseleinen tint en donker haar
zijn geen garantie voor schoonheid.
Er is ook een lach nodig die klinkt
als heel kleine parels die stuiteren op

een marmeren trap. Vannacht verzint
ze een droom voor je. Boven in een
boom weet je daarin: als er geen lucht
was, vielen de vogels naar beneden.

Wat wordt er van de kinderen?
Die worden volwassen.
En wat wordt er van de volwassenen?
Soms maken ze kinderen.

Kijk naar de meisjes en glimlach,
behalve als ze iets droevigs vertellen.
Hun woorden smaken dan naar
verse vruchten en verre reizen.


Uit de memoires van Caril Ann Fugate

Bij Badlands van Terrence Malick

Ik:

“Wat een mooie plek.”

Hij:

“Ja, dat komt door de boom.”

Ik:

“En de bloemen….Laten we ze niet plukken. Ze zijn zo mooi.”

(later)

Ik:

“We verstopten ons bij een rivier tussen populieren.
Het regende en we maakten een boomhut
met muren van tamarisk en een vloer van wilgenhout.
We konden alle planten gebruiken.

Onder de grond wilden we tunnels maken,
en elke morgen bedachten we een nieuw wachtwoord voor die dag.

Meestal lagen we naar de hemel te staren.
Soms lagen we in een marmeren gang.
Dan praatten we zacht en hoorden we elk geluid.

Hij leerde me hoe je een geweer moet gebruiken
en uit elkaar halen.

Voor als ik alleen verder moest.

Zelfs de duivel kon ik doodschieten, zei hij.”

Gesprekken onder de hemel

Bij Der Himmel über Berlin van Wim Wenders
                       

I

Struikel niet zo over je kleuren,
en: waarom ben je nooit op tijd?

Ik moet je iets bekennen.

Geen tranen, toch? Misschien
komen die. Heb nog geen spijt.

Wees blij dat ze je vergeten zijn,
je bent eindelijk vrij.


II

Waarom ben ik ik en waarom niet jij?
Waarom ben ik hier en niet daar?

Tja….

Hoe kan het dat ik die ik ben,
niet daar was voor ik daar was?
En dat eens ik, die ik ben,
niet langer degene ben die ik ben?

Tja….


III

Zie je: die man vermindert vaart
en kijkt over zijn schouder de leegte in.

Dat kind knippert met de ogen.

Bedenk hoe een varen uit de grond
groeit. Je moet bij iedere windstoot
Nu en nu en nu willen zeggen.

Een halslijn vermoeden in plaats
van die te weten, bedoel je?

Dat bedoel ik!


IV

Niemand die iets van de ander weet.

Maar dat is toch een liturgie waarvoor
geen mens hoeft ingewijd te worden?

Wanneer bid je dan in je eigen woorden
en niet voor het eeuwige leven?

Doe of je een zwerm mussen bent.

Waar denk je dat ik mee bezig ben?


V

Momenten als deze zijn over
tien jaar een mooie herinnering.

Alsof pijn geen verleden heeft.
Het houdt altijd op als het net begint.

Als kind wilde ik op een eiland wonen.
Als een diertje dat verdwaald raakte.

Niet huilen. Zo gaan de dingen nu eenmaal.
Het gebeurt. Niet altijd zoals je wilt.

Dat is waar, maar wees manhaftig:
vergeet het huppelsprongetje niet.




                               Verschenen op Versindaba, Stellenbosch, 2015

Regieaanwijzingen

Bij de extra’s van The Return van Andrjej Zvjagintsev



I

Een stukje van de grond,
en dan doen we dezelfde zon.

Vertel me, wat versta je onder nacht?
Wel, wat versta je onder nacht?

Naar mijn mening dit: als de zon ondergaat.

Dat is niet conventioneel.


II

Het licht van het vuur kan niet op hem schijnen.

Ik kan je niet verstaan.

Misschien is de andere kant beter?

Zie je dat?

Ik zie het!

Niet ademen.

Ga asjeblieft naar de boot.

We gaan bewegen.


III

Misschien is dit niet genoeg.
Doe het zo. Zo is het genoeg.
Het water is trouwens warm.

Iedereen op zijn plaats.

Niet omkijken!

Wees voorzichtig, maar niet waterschuw.

(later)
Dat was het jongens. Kom maar terug.



                        Verschenen op Versindaba, Stellenbosch, 2015

De anderen

Bij  The Others van Alejandro Amenábar


I

“Wat zou er met hen gebeurd zijn?”

“Ze zijn vast dood, net als de rest.
Weg. Ah, dat waren nog eens tijden.”

“U bedoelt verdwenen?”

“In het niets. Zonder bericht.
Ze waren gewoon vertrokken.”

“Wat vreemd.”


II

“Ziet u wat ik doe?
Hier mag geen deur worden geopend
voordat de vorige dicht is.

Dat is van essentieel belang.
In dit huis wordt de stilte gekoesterd.
Doe de gordijnen maar dicht. Allemaal.”


III

“Wakker worden!
En dan nu: ogen dicht! Vouw je handen.
Pure Roos, waak over ons tot de avond valt.

“Wanneer komen ze terug? Komen ze terug?”

“Ze komen wel terug.”

“Gaat u ons ook verlaten?”

“Natuurlijk niet. Waarom zou ik dat doen?”

“Dat zeiden de anderen ook, maar ze gingen toch.”


IV

“Hier, hier beweegt alleen het licht.
Dan wordt alles anders. Je houdt het
alleen vol door rustig te blijven.

Denk eens aan het eind van de oneindigheid.
Weest niet bevreesd. Als je een geest ziet,
zwaai je maar naar hem.

Sommige dingen moet je alleen doen.
We moeten gehoorzaam zijn, want
kinderen die jokken eindigen in het voorgeborchte.”


V

“Ik geloof niet dat de Heilige Geest een duif is.”

“Ik ook niet.”

“Duiven zijn niet heilig.”

“Ze kakken tegen ramen.”


VI

“Die mist. Die is nog nooit zo blijven hangen.”

“Dat is waar. Je hoort zelfs de meeuwen niet.”

“Ze zeggen dat dit hun huis is.”

“Ze kijken niet, maar ze zien je wel.”

“Ze vragen dingen.”

“Wat vragen ze dan?”

“Dingen.”


VII

“Soms, als je een plek verlaat, laat die je niet los.
Het was alsof ik dit huis nooit verlaten had.”

“We kennen allemaal verhalen van de andere kant.”

“Alles op zijn tijd, alles op zijn tijd.”

“Je bent zo anders geworden. Zo anders.”

“Soms bloed ik.”

“Waarom heeft het zo lang geduurd?”

“Ik heb veel dode mannen gezien.”


VIII

“U gelooft alleen wat U  geleerd heeft.
Geen zorgen. Vroeger of later zal ook u hen zien.
En dan wordt alles anders.
Wij weten wat er moet gebeuren.”

“U weet helemaal niet wat er moet gebeuren!
Of….wèl?”

“We hebben geprobeerd het uit te leggen.”


IX

“Als ik het zeg, laten ze ons met rust.
 Geef nooit op. Wees flink. Wees flink.”

“Wat betekent dit allemaal? Waar zijn we?”

“Ik weet niets meer dan jullie. Maar:
niemand krijgt ons hier weg.”



                                   Verschenen op Versindaba, Stellenbosch, 2014